De devaluatie van de zorgverlener

Een verschil maken. Levens redden. Iemand begeleiden in de laatste levensfase. De wereld beter maken. Iets betekenen voor een ander. Het zijn enkele van talloze redenen die zorgprofessionals aanvoeren als je ze vraagt waarom ze voor hun vak hebben gekozen. Al deze redenen komen voort uit onbaatzuchtigheid, uit de drang om de ander te helpen: te willen zorgen. Als ik om me heen kijk zie ik overwegend professionals die dat goed kunnen. Die hun vak serieus nemen, die alles uit de kast halen voor optimale zorg, die volgens protocol werken zelfs als dat inhoudt dat ze hun pauze moeten inleveren omdat er meer werk is dan uren in een dienst, die blijven glimlachen bij de zoveelste reorganisatie, de zoveelste langdurig zieke collega. Ik zie professionals die een standbeeld verdienen omdat ze zo majestueus zorgen dat het er aan alle kanten vanaf druipt: zorgen is een vak apart.

Voor ons vak studeer je minimaal drie jaar. Soms vier of vijf, afhankelijk van je functie en je werkplek. Die jaren zijn nodig omdat je na je diplomering een grote verantwoording zal dragen: het leven en welzijn van hulpbehoevende mensen ligt in jouw handen. Wat jij doet of laat, heeft direct invloed op hoe de ander zich voelt. Of de ander beter wordt of niet. Of de ander gelukkig in slaap valt of niet. Of de ander vredig sterft. Of niet. Het is een zware last, die je mogelijk weet te dragen als je alle kennis tot je hebt genomen in de jaren voordat je diplomeerde. Waar je, naast alle theoretische kennis, ook een groot deel in de praktijk ervaring opdoet. Want dat is waar het gebeurt, dat is waar je het meeste leert. Voornamelijk van de ervaren zorgpro’s die meer weten dan welk boek dan ook. Sommigen kunnen de last niet (meer) dragen, en dat is ook oke. Weten waar jouw grens ligt is een zegen. Luister er goed naar.

Ondanks dat zorgen een vak apart is, lijkt een deel van de invloedrijke mensen binnen de zorg er een sport van te maken alle waarde van het zorgend vak onderuit te halen. Zo worden gastvrouwen, de dames (of heren) die met veel toewijding zorgen voor het culinaire onderdeel van het wonen in een instelling tegen hun zin in ‘opgeleid’ door middel van een stoomcursus waarna zij op niveau 3 kunnen functioneren. Niveau 3, de opleiding waar vele anderen drie jaar voor hebben gestudeerd. Uitzendbureau Aethon zet studenten in: 20-jarige eerstejaars die een studie doen die ‘aan de zorgverlening raakt’ en na een cursus van 1 dag (!) medicatie mogen delen en ‘kunnen worden ingezet op het niveau van een Verzorgende IG, behoudens de handelingen die zij nog niet hebben afgetekend in hun aftekenlijst’.

Het nijpende personeelstekort is een van de grotere zorgproblemen. En dat er in een poging dat op te lossen buiten de gebaande paden wordt getreden is ook bewonderenswaardig. Maar een noodgreep als zogenaamd gekwalificeerd personeel op deze manier inzetten is een quick-fix die in een poging zorgland te helpen door goedkoop gaten op te vullen de boel alleen maar verergert. Ons vak behelst zo veel meer dan alleen het delen van medicatie, dan slechts het uitvoeren van handelingen die je in een boekje kunt laten aftekenen. Leren om goed te kunnen zorgen kost tijd. Tijd om te ontwikkelen, te ontplooien, om te groeien. Zodat je weet waar je mee bezig bent en wat je te doen staat, ook als er dingen gebeuren die niet in een aftekenlijst te vinden zijn.

Door de gepassioneerde zorgverleners te devalueren door ze het misplaatste idee te geven dat ze vervangbaar zijn voor mensen die hetzelfde werk doen na een cursus van 1 dag (nogmaals: 1 dag!) raak je de gehele zorg in het hart. Als je deze groep mensen niet de waardering geeft die ze verdienen, haal je niet alleen alle motivatie onderuit maar ook hun intrinsieke wens om alle kennis zo gemotiveerd door te geven aan de leerlingen en stagiaires die nog volgen. Zonder zorgverleners is de zorg nergens. Voor het welzijn van de zorg: draag onze zorgverleners op handen, ze verdienen het.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.